Het fenomeen verward of onbegrepen gedrag komt de laatste maanden vaak in het nieuws. Het is geen nieuw fenomeen, maar het groeit en wordt steeds zichtbaarder binnen de maatschappij. De vraag waardoor dit ontstaat rijst op. Waardoor ontstaat deze toename? Is het complexer of alleen meer zichtbaar? Waar zit de sleutel voor de aanpak om tot verbetering te komen?
Allereerst praten we ook over een visie, een perspectief op de maatschappij als geheel. Ben je persoonlijk van mening dat ‘alles’ te voorkomen is. Is onze leefwereld volledig maakbaar, of zullen we sommige elementen moeten verdragen? De communicatie vanuit de overheid is als volgt:
Het Toezicht Sociaal Domein (TSD) signaleert de volgende vijf belangrijkste en hardnekkige knelpunten in de ondersteuning van mensen met verward of onbegrepen gedrag:
- Gebrekkige informatie-uitwisseling: Professionals wisselen binnen en tussen organisaties te weinig passende informatie uit en niet altijd op het juiste moment. Daardoor zijn betrokken partijen niet altijd op de hoogte wat er speelt rond een persoon met verward en of onbegrepen gedrag en welke stappen er zijn gezet.
- Beperkte integrale samenwerking en regievoering: Vaak ontbreekt het aan duidelijke regievoering en mandaat of doorzettingsmacht.
- Wet- en regelgeving faciliteert onvoldoende optimale integrale samenwerking: Wanneer mensen niet aan formele criteria voldoen, zelf geen hulpvraag hebben of hulp weigeren, staan professionals met lege handen, zelfs als de risico’s evident zijn.
- Discontinuïteit in de hulpverlening: Steeds wisselende gezichten in de behandeling/begeleiding en ontbrekende overdracht bij overplaatsingen zorgen er voor dat cliënten hun vertrouwen verliezen.
- Groot gebrek aan passende woon- en behandelplekken: Er is te weinig aanbod en te weinig doorstroom in de zorgketen. Als mensen geen eigen woonplek en geen netwerk hebben, heeft dat niet alleen een grote invloed op henzelf, maar ook op de samenleving.
Prioritering
- Daarin is als eerste prioriteit aangegeven dat dit kabinet meer landelijke regie gaat nemen om de woonrust van mensen met verward en onbegrepen gedrag én hun omgeving, te verbeteren. Dit doet het kabinet door gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor voldoende en passende woningen en (woon)zorgvoorzieningen.
- Het kabinet onderschrijft het door TSD benoemde knelpunt dat professionals binnen en tussen organisaties te weinig relevante informatie delen en niet altijd op het juiste moment. Deze praktijk belemmert het verbinden van de verschillende professionals in het adequaat optreden bij situaties van verward/onbegrepen gedrag die om gezamenlijk opereren van hun organisaties vragen. Meer specifiek voelen gemeenten en burgemeesters zich zeer verantwoordelijk voor het welbevinden van hun inwoners en het reduceren van veiligheidsrisico’s binnen hun gemeenten. Tegelijkertijd voelen zij zich vaak een buitenstaander nu relevante signalen hen niet of niet tijdig bereiken en daarnaast bevoegdheden missen om meer verantwoordelijkheid te kunnen nemen. Als tweede prioriteit verkent het kabinet daarom welke maatregelen nodig en mogelijk zijn om dit belangrijke knelpunt weg te nemen.
- De TSD benoemt het gebrek aan integrale samenwerking en regievoering terecht als knelpunt. Dit vraagt zoals hiervoor aangegeven actie op het vlak van gegevensdeling, bevoegdheden en instrumentarium voor gemeenten. Maar er is meer nodig om de regionale/lokale regievoering te versterken. Uitgangspunt bij de aanpak van dit knelpunt van verbinding en procesregie is het maken van landelijke afspraken met organisaties van professionals, met behoud – daar waar dit helpend is – van lokale variatie. Mede op basis van de ervaringen van het actieprogramma ‘Grip op onbegrip’, de kenniswerkplaatsen en de praktijktafels worden deze afspraken komende periode gemaakt.
- In samenhang met het voorgaande zet het kabinet als vierde prioriteit in op structurele en betrouwbare financiering. Voor de continuïteit en een duurzame versterking van de lokale en regionale samenwerkingsverbanden en andere initiatieven op verward/onbegrepen gedrag is het organiseren van structurele, voorspelbare financiering een zeer belangrijke randvoorwaarde. Het streven is er op gericht om in de tweede helft van 2026 de besluitvorming plaats te laten vinden over de opvolging van de financiering van het actieprogramma ‘Grip op onbegrip’. Deze tijdelijke financiering van initiatieven vindt nu via ZonMw plaats en kent een looptijd tot en met 2027. Vroegtijdige duidelijkheid is van groot belang voor de continuïteit van de aanpak.
Over opvolging van de bovenstaande prioriteiten en daarmee samenhangende acties wordt u jaarlijks geïnformeerd via de voortgangsbrieven over de ‘brede aanpak’ van personen met verward/onbegrepen gedrag. TSD meldt terecht dat knelpunten al langer bekend zijn en daarmee ook hardnekkig van aard zijn. Het kabinet erkent de urgentie en de noodzaak om de problematiek terug te dringen. Omdat de aanpak van de problemen op lokaal niveau moet plaatsvinden, is het van groot belang samen met (de organisaties van) professionals en hun uitvoeringsdeskundigheid te bezien op hoe de aanbevelingen opgevolgd kunnen worden. Nieuw beleid en maatregelen moeten effectief zijn, waarbij de oplossing voor het probleem ook realistisch en uitvoerbaar voor alle betrokken partijen moet zijn.
Zoals in de laatste voortgangsbrief is benoemd is de ‘stip op de horizon’ een stelsel dat werkt voor mensen die nu tussen wal en schip (dreigen te) vallen. Dit kabinet maakt daarom werk van een eenvoudiger en uitvoerbaar stelsel dat werkt voor deze doelgroep. Tegelijkertijd zullen er met een nieuw stelsel altijd weer nieuwe inclusie- en exclusiecriteria worden gecreëerd, en daarmee nieuwe schotten worden opgetuigd. Daarom vraagt dit onderwerp juist ook dat er soms voor mensen – juist buiten het stelsel om – een ‘bijzondere’ overheid moet zijn; een overheid die maatwerk in persoonlijke begeleiding en hulp op maat kan bieden en zich daarbij verbindt met daarbij betrokken organisaties van professionals.
Cohesie en acceptatie in de wijk Een samenleving, een wijk waar mensen elkaar kennen en ondersteunen is een belangrijke factor voor preventie. Dit kabinet wil meer inzetten op het helpen van mensen in wijken om situaties van onbegrepen gedrag te herkennen en signalen te gaan begrijpen, goed te luisteren naar de behoefte van omwonenden en naasten.
Stichting ’t Kastheel is opgericht met de doelstelling om het resultante van deze situatie voor enkele mensen op te lossen. Dit is een reactie en geen oplossing voor de oorzaak. De systeemwereld met alle mogelijke schotten die wij gecreëerd hebben in Nederland, leidt tot talloze persona’s die tussen wal en schip vallen als ze niet in een hokje passen. Er zal altijd een grijs gebied blijven, het is een fiducie om te denken dat we dit volledig weg kunnen organiseren. De vraag is hoe verdragen we deze grijze gebieden en hoe acteren wij hier als maatschappij op. Flexibiliteit en maatwerk is daarin de sleutel tot succes, die ruimte kunnen we wel organiseren met de maatschappij, zorgaanbieders, gemeenten, overheid en alle betrokkenen die zich verantwoordelijk voelen voor dit probleem. Een belofte, dat niemand meer tussen wal en schip mag belanden. Een maatschappelijke opdracht waar we van tevoren eigenaarschap over nemen, kost uiteindelijk veel minder, dan reactief brandjes blussen met een resultaat wat te weinig voldoening geeft.