In onze docu is te zien hoe een cliënt met enorme kracht een tafel omgooit. Een indrukwekkend moment, maar agressie is slechts één facet van onbegrepen gedrag. Om beter met dit soort situaties om te gaan, schakelen we weerbaarheidstrainer Harwin ten Cate in. In dit interview vertelt hij hoe hij onze begeleiders leert om te herkennen wat er achter gedrag schuilgaat en hoe zij daarop kunnen reageren.

Meer dan alleen agressie
Samen met zijn collega’s geeft Harwin zogenoemde weerbaarheidstrainingen aan zorgprofessional, onder meer aan ’t Kastheel. Die trainingen gaan over verbale en fysieke agressie, maar nadrukkelijk ook over wat eraan voorafgaat. “Dat gaat wat mij betreft heel veel verder dan alleen agressie.”
Proactieve versus reactieve agressie
Een belangrijk onderscheid dat de trainer maakt, is tussen proactieve en reactieve agressie. Aan de ene hand heb je agressie die cliënten bewust inzetten om iets te bereiken. We noemen het dan proactief. Aan de andere kant reageren ze vaak vanuit onmacht, frustratie, pijn of spanning. Het is reactief, ontstaat als reactie op een bepaalde situatie. “Juist dat onderscheid is bepalend voor hoe je als begeleider erop moet reageren.”
“Gedrag kan soms doelbewust lijken, terwijl dat bij de doelgroep van ’t Kastheel vaak niet zo is”, legt Harwin uit. “Bij mensen met een verstandelijke beperking in combinatie met psychiatrische problematiek of verslaving komt gedrag nogal eens voort uit emotieregulatie-problemen. Wat berekenend oogt, kan in werkelijkheid een aangeleerd patroon of reactie op spanning zijn.
Je maakt zelf een keuze wat je ziet aan agressie. Het maakt nogal uit of iemand iets doet vanuit onmacht of juist doelbewust. Omdat degene iets niet snapt of teleurgesteld en gefrustreerd is, én in één keer een tafel omgooit. Of dat degene heel doelgericht en heel bewust een tafel vastpakt en naar iemand toe omgooit.” Jouw keuze is nodig om je eigen handelen erop af te stemmen. Bij reactief gaat het meer om begrip en ‘horen en zien’, bij proactief om begrenzen.
Begrenzen of juist nabij blijven
Bij proactieve agressie zul je iemand sneller begrenzen. Maar reactieve agressie vraagt een andere aanpak. Harwin: “Bij reactief gaat het heel erg over begrip tonen. Naast iemand staan, een soort nabijheid bieden.” Dat sluit mooi aan op ons persoonsgerichte zorgconcept waar onvoorwaardelijke nabijheid een sleutelwoord is.
Bij een escalatie direct uitleggen waarom bepaald gedrag niet kan, werkt soms averechts. Harwin legt dit uit aan de hand van een krachtig voorbeeld. “Als ik na een lange dag pijn in mijn benen heb, wil ik ook niet meteen horen wat ik anders had moeten doen. Dan wil ik eigenlijk alleen maar begrip voor mijn pijn. Vragen als ‘Waarom ben je niet eerder gestopt?’ kunnen de frustratie en ergernis juist vergroten. “Dat is voor mij olie op het vuur.”
Signaleren voordat spanning oploopt
De trainingen gaan niet alleen over wat je doet als gedrag uit de hand loopt. Veel belangrijker is wat je als begeleider eerder kunt zien. “Eigenlijk wil je niet in het fysieke terechtkomen.” En meestal zijn er al signalen vooraf. Bijvoorbeeld iemand die normaal rustig aan tafel zit die ineens veel meer beweegt of iemand die ineens een heel hoge ademhaling heeft.
Welke signalen belangrijk zijn, hangt af van de cliënt. Om die reden werken onze begeleiders met signaleringsplannen, waarin staat welk gedrag kan wijzen op oplopende spanning. Wat kan op dat moment helpen?
Ook de begeleider neemt zichzelf mee
Naast het herkennen en begrijpen van onbegrepen gedrag is de veiligheid van begeleiders een belangrijk onderdeel van de training. Bij fysieke agressie oefenen medewerkers bijvoorbeeld hoe ze zichzelf kunnen beschermen en hoe ze op een menselijke manier kunnen handelen. Daarbij geldt altijd het juridische kader: wat mag wel en wat mag niet? Harwin benadrukt dat iedere interventie proportioneel moet zijn. “Kan ik met een mildere interventie hetzelfde bereiken? Dan móet ik die uitvoeren.”
Ook is er aandacht voor de eigen emoties van begeleiders. “Je kunt honderd keer professioneel zijn, maar ergens weet je ook gewoon: je gaat wel reageren.” Juist daarom is het belangrijk om bewust te zijn van wat stress met je lichaam en handelen doet. De fysieke technieken die Harwin en zijn collega’s trainen, sluiten zoveel mogelijk aan bij reflexmatige reacties die mensen ook onder stress nog kunnen uitvoeren.
Samen werken aan betere cliëntzorg
Bij ’t Kastheel frissen we onze kennis jaarlijks even op en volgen we drie keer per jaar een training bij Harwin en z’n collega’s. “Dat doet ’t Kastheel goed. Ik merk ook bij jullie dat begeleiders het geleerde op de werkvloer toepassen. De trainingen zijn voor jullie geen moetje: er wordt niet alleen geoefend om een training af te ronden, maar om gedrag beter te begrijpen, eerder te signalen en zorgvuldig te handelen. Dat vind ik uniek.” Want uiteindelijk gaat weerbaarheid niet alleen over omgaan met moeilijke situaties, maar vooral over het beter begrijpen van bewoners en aansluiten bij wat zij nodig hebben.